Samenvatting van de Lijnen
De stamboom beweegt zich door de eeuwen heen langs verschillende geografische en familiale ankerpunten:
De Stamvaders (1270 - 1450): De familie t’Kint is diep geworteld in Brussel en de omliggende regio (Baardegem).
De Adel en Ambacht (1450 - 1550): Met Arnoud t’Kint (10) bereikt de familie een sociaal hoogtepunt. Hij werd toegelaten tot het invloedrijke geslacht Roodenbeke in Brussel en was meier van de cour basse de Zwijvebeke.
De Overgang naar Callebaut: Via Barbara t'Kint (11) en de families Van Langenhove en Van den Breen, komt de lijn in de 18e eeuw terecht bij de familie Callebaut in Wieze en Grembergen.
Moderne Tijd: In de 19e en 20e eeuw verschuift de focus naar de families Coppens en Saerens in Grembergen, uitmondend in bekende figuren zoals de barista-kampioen Kenny Burssens.
Visueel Overzicht: De Vroege Generaties (t'Kint)
Om de vroege opeenvolging in kaart te brengen, zie je hieronder de directe mannelijke lijn tot aan de splitsing in Baardegem:
| Generatie | Naam | Geboorte/Overlijden | Bijzonderheden |
| 1 | Jan t’Kint | Geb. 1270 | Stamvader |
| 2 | Henric t’Kint | Overleden na 1308 | Brussel |
| 3 | Jan t’Kint | Overleden na 1364 | Brussel |
| 4 | Jan t’Kint | Overleden na 1382 | Getrouwd met Rijke de Graeve |
| 5 | Gillis t’Kint | - | Getrouwd met Gudula Van Der Hellen |
| 6 | Jan III t’Kint | ± 1435 - < 1489 | Vestiging in Baardegem |
| 10 | Arnoud t’Kint | 1454 - 1549 | Riddergeslacht Roodenbeke; Stamvader van vele takken |
Historische Context van de Regio
Het document geeft ook prachtige inzichten in de dorpen waar deze mensen leefden:
Baardegem & Meldert: Ooit deel van de Brabantgouw, nu de "faluintjesgemeenten" van Aalst.
Grembergen: Betekent "zandheuvels", een dorp dat zwaar geteisterd werd door overstromingen en oorlogen, maar waar de familie Callebaut lang standhield.
Wieze: Verbonden aan de Dender en mogelijk al vermeld in de Salische Wet (Wisogast).
Het overzicht van de vrouwelijke lijnen in dit parenteel is bijzonder interessant, omdat het laat zien hoe de naam t’Kint via verschillende huwelijken overgaat in andere bekende geslachten uit de regio (zoals Van Langenhove, Callebaut en Coppens).
Hieronder volgt de directe afstammingslijn via de vrouwelijke knooppunten:
De Overgang van t’Kint naar Callebaut en verder
Deze lijn start bij de invloedrijke tak in Baardegem en loopt door tot de hedendaagse generaties in Grembergen en Hamme.
Generatie Stammoeder Partner Overgang naar familienaam Gen. 11 Barbara t’Kint (1487-1540) Jan Van Langenhove Van Langenhove Gen. 12 Clara Van Langenhove Jan Hendrickx Hendrickx Gen. 13 Katheline Hendrickx Joos Van Den Breeden Van den Breen Gen. 17 Maria van den Breen (geb. 1644) Joannes Ringoot Ringoot Gen. 18 Judoca Ringoot (1669-1733) Petrus Callebaut Callebaut Gen. 26 Maria Josepha Callebaut (1819-1882) Benedictus Coppens Coppens Gen. 31 Amandina Prudencia Coppens (1885-?) Pieter Gustaaf Saerens Saerens Gen. 39 Emilia Saerens (1905-1985) Leopold Rosez Rosez Gen. 40 Amandina Rosez (geb. 1930) Gustaaf Marcel Rogiers Rogiers Gen. 43 Agnes Margaretha Rosez (geb. 1934) Frans Damiaan Burssens Burssens
Deze lijn start bij de invloedrijke tak in Baardegem en loopt door tot de hedendaagse generaties in Grembergen en Hamme.
| Generatie | Stammoeder | Partner | Overgang naar familienaam |
| Gen. 11 | Barbara t’Kint (1487-1540) | Jan Van Langenhove | Van Langenhove |
| Gen. 12 | Clara Van Langenhove | Jan Hendrickx | Hendrickx |
| Gen. 13 | Katheline Hendrickx | Joos Van Den Breeden | Van den Breen |
| Gen. 17 | Maria van den Breen (geb. 1644) | Joannes Ringoot | Ringoot |
| Gen. 18 | Judoca Ringoot (1669-1733) | Petrus Callebaut | Callebaut |
| Gen. 26 | Maria Josepha Callebaut (1819-1882) | Benedictus Coppens | Coppens |
| Gen. 31 | Amandina Prudencia Coppens (1885-?) | Pieter Gustaaf Saerens | Saerens |
| Gen. 39 | Emilia Saerens (1905-1985) | Leopold Rosez | Rosez |
| Gen. 40 | Amandina Rosez (geb. 1930) | Gustaaf Marcel Rogiers | Rogiers |
| Gen. 43 | Agnes Margaretha Rosez (geb. 1934) | Frans Damiaan Burssens | Burssens |
Opvallende observaties in de vrouwelijke lijn:
Sociale status: De lijn begint bij Barbara t’Kint, dochter van Arnoud t’Kint die tot de Brusselse adel (Roodenbeke) behoorde. Dit illustreert hoe deze invloedrijke genen zich verspreidden over de omliggende dorpen zoals Baardegem en Lebbeke.
Geografische verschuiving: We zien de familie bewegen van Baardegem (t’Kint/Van Langenhove) naar Wieze (Ringoot/Callebaut) en uiteindelijk naar Grembergen (Coppens/Saerens/Rosez).
Continuïteit: Ondanks dat de achternaam telkens verandert, blijft de familie generaties lang honkvast in de regio van de "Faluintjes" en de Dendermondse deelgemeenten.
Viergeslacht: In de tekst wordt een specifiek "viergeslacht" genoemd (Gen. 31 t/m 38): Amandina (moeder) → Margriet (dochter) → Maria (kleindochter) → Eleonora (achterkleindochter).
Sociale status: De lijn begint bij Barbara t’Kint, dochter van Arnoud t’Kint die tot de Brusselse adel (Roodenbeke) behoorde. Dit illustreert hoe deze invloedrijke genen zich verspreidden over de omliggende dorpen zoals Baardegem en Lebbeke.
Geografische verschuiving: We zien de familie bewegen van Baardegem (t’Kint/Van Langenhove) naar Wieze (Ringoot/Callebaut) en uiteindelijk naar Grembergen (Coppens/Saerens/Rosez).
Continuïteit: Ondanks dat de achternaam telkens verandert, blijft de familie generaties lang honkvast in de regio van de "Faluintjes" en de Dendermondse deelgemeenten.
Viergeslacht: In de tekst wordt een specifiek "viergeslacht" genoemd (Gen. 31 t/m 38): Amandina (moeder) → Margriet (dochter) → Maria (kleindochter) → Eleonora (achterkleindochter).
Maria Josepha Callebaut (1819–1882)
Maria Josepha Callebaut vormt een cruciaal scharnierpunt in deze stamboom. Zij is de schakel die de familie Callebaut verbindt met de familie Coppens in Grembergen.
Maria Josepha Callebaut vormt een cruciaal scharnierpunt in deze stamboom. Zij is de schakel die de familie Callebaut verbindt met de familie Coppens in Grembergen.
Persoonlijke Gegevens
Geboorte: Zondag 27 juni 1819 in Grembergen.
Overlijden: Vrijdag 5 mei 1882 in Grembergen (62 jaar oud).
Ouders: Dochter van Petrus Jacobus Callebaut en Brigitta Van Bogaert.
Huwelijk: Zij trouwde op 27-jarige leeftijd op 15 februari 1847 met Benedictus Coppens (1820–1878).
Geboorte: Zondag 27 juni 1819 in Grembergen.
Overlijden: Vrijdag 5 mei 1882 in Grembergen (62 jaar oud).
Ouders: Dochter van Petrus Jacobus Callebaut en Brigitta Van Bogaert.
Huwelijk: Zij trouwde op 27-jarige leeftijd op 15 februari 1847 met Benedictus Coppens (1820–1878).
Nakomelingen (Generatie 26 naar 27)
Maria Josepha en Benedictus kregen vijf kinderen, die de basis legden voor de verdere vertakkingen in de regio:
Prudencia Coppens (1847–?): Trouwde met Paulus Spanoghe.
Hedrik Joseph Benedict Coppens (±1849–1888): Was herbergier in Grembergen. Trouwde met Melania Waterschoot.
Leonard Maria Benedict Coppens (1854–1904): Trouwde met Maria Coleta Spanoghe. Uit deze tak komt de latere familie Saerens voort.
Frans Maria Lodewijk Coppens (1858–?): Volgt onder nummer 52 in de volledige stamboom.
Michiel Hendrik Coppens (1865–1891): Overleed op jonge leeftijd (26 jaar).
Maria Josepha en Benedictus kregen vijf kinderen, die de basis legden voor de verdere vertakkingen in de regio:
Prudencia Coppens (1847–?): Trouwde met Paulus Spanoghe.
Hedrik Joseph Benedict Coppens (±1849–1888): Was herbergier in Grembergen. Trouwde met Melania Waterschoot.
Leonard Maria Benedict Coppens (1854–1904): Trouwde met Maria Coleta Spanoghe. Uit deze tak komt de latere familie Saerens voort.
Frans Maria Lodewijk Coppens (1858–?): Volgt onder nummer 52 in de volledige stamboom.
Michiel Hendrik Coppens (1865–1891): Overleed op jonge leeftijd (26 jaar).
Historische Context: Grembergen in haar tijd
Tijdens het leven van Maria Josepha (midden 19e eeuw) was Grembergen een dorp dat sterk afhankelijk was van de Schelde. De familie woonde in een periode waarin:
De overgang van de vroege industriële revolutie plaatsvond.
De kerkelijke en bestuurlijke banden met Zele nog vers in het geheugen lagen.
Haar man en zonen vaak ambachten uitoefenden zoals herbergier, wat destijds een centrale sociale functie in het dorp was.
Tijdens het leven van Maria Josepha (midden 19e eeuw) was Grembergen een dorp dat sterk afhankelijk was van de Schelde. De familie woonde in een periode waarin:
De overgang van de vroege industriële revolutie plaatsvond.
De kerkelijke en bestuurlijke banden met Zele nog vers in het geheugen lagen.
Haar man en zonen vaak ambachten uitoefenden zoals herbergier, wat destijds een centrale sociale functie in het dorp was.
1 Jan t’Kint is geboren in 1270. Jan is overleden. Jan trouwde met N.. Zij is overleden.
De naam Baardegem komt van het Germaanse Bardingaheim, wat staat voor de woonplaats van de lieden van Bardo. Baardegem en Meldert waren in de Karolingische tijden gesitueerd in de Brabantgouw en later, tot het einde van de 18e eeuw in het kwartier Brussel in het hertogdom Brabant. Baardegem werd in 1977 samen met Meldert bij de stad Aalst gevoegd.
Baardegem noemt men samen met Herdersem, Meldert en Moorsel de "faluintjesgemeenten"
6 Jan III t’Kint is geboren omstreeks 1435, zoon van Gillis t’Kint (zie 5) en Gudula Van Der Hellen. Jan is overleden vóór 1489 in Baardegem, ten hoogste 54 jaar oud. Jan trouwde, ongeveer 15 jaar oud, omstreeks 1450 met Kathelijne Van Der Meeren, ongeveer 25 jaar oud. Kathelijne is geboren omstreeks 1425, dochter van Gillis Van Der Meeren en Catharina Van der Bruggen. Kathelijne is overleden.
| meier de la cour basse de Zwijvebeke (ascendants de Paola Ruffo di Calabria, koningin der Belgen Toegelaten tot het geslacht Roodenbeke (de 7 belangrijkste families van Brussel) op 22 augustus 1489 uit hoofde van zijn moeder Catharina van der Meeren. (afstamming 78) (Les lignages de Bxl nr. 123-124 dec.1990).) |
In de wetenschappelijke literatuur tot halfweg vorige eeuw, is herhaaldelijk geschreven dat Wieze vermeld is in de Salische Wet. Indien de auteur van 'Histoire des environs de Bruxelles' gelijk heeft, dan is Wieze niets minder dan de Wisogast uit: "Sunt autem electi de pluribus viri quatuor, Wisogast, Bodogast, Salogast et Windogast, in locis quibus nomen Salagheve, Bodogheve, et Windogheve". Namelijk de heer van Wieze; een strategische plaats, net als Bodegem (Brabant), Saleghem of Zeelhem (bij Diest) en Winden (Neer- en Overwinden) bij Tienen. In 1108 maken Wieze en de naburige gemeente Moorsel (Aalst) deel uit van een schenking door Robrecht I van Vlaanderen, waarop "heerlijke rechten" worden toegestaan (De Potter en Broeckaert, Geschiedenis der oost-vlaamse gemeenten, 1893).
Op het einde van de 11e eeuw of in het begin van de 12e eeuw werd dicht tegen de Schelde een kerkje gebouwd. De eerste vermelding van de kerk van Grembergen vinden we in een document van 20 april 1194 waarin bisschop Stephanus van Doornik de schenking van Zele(en daarbijhorend Grembergen) aan de Sint-Baafsabdij te Gent ongedaan maakt en de vroegere eigenaar, de abdij van Werden, als eigenaar herbevestigt.
De periode tussen 1560 en 1600 is voor Grembergen bijzonder tragisch geweest, met overstromingen, verwoestingen, beeldenstorm, gevolgd door pestepidemies, enz.
In 1675 werden de muren van het kerkhof gesloopt en de stenen werden vervoerd naar de plaats van de nieuw op te richten kerk. De nieuwe kerk werd ingezegend op 10 november 1710.
Grembergen kwam de Eerste Wereldoorlog door zonder beschadiging, in de Tweede Wereldoorlog echter kende het grotere verwoestingen.
| herbergier |
voor zwaar mentaal gehandicapten, begeleiden van deze mensen
En daar, te midden van het grootse spektakel, was het Kenny Burssens die de jury het meest kon bekoren met een overtuigende degustatiesessie. De concurrentie was niet min, zo was ook Melanie Nunes - de winnares van vorig jaar - opnieuw van de partij, maar het was verrassend genoeg de ’onervaren’ Kenny Burssens die met de trofee ging lopen.
Waarom ben jij als winnaar uit de bus gekomen?
Kenny Burssens - Ik had nooit gedacht dit te winnen. Ik had van de wedstrijd gehoord en zag deze poging dan ook als een belangrijke eerste kennismaking, die ik gewoon op mijn eigen manier zou aanpakken. Ik werkte hiervoor samen met Rombouts, die bonen uit Brazilië heeft laten overvliegen en die dan afzonderlijk gebrand werden in een koffiebranderij in Kruibeke - CoffeeRoots. Door allerhande experimenten zijn we dan tot een topkoffie gekomen. Onze smaken zaten gewoon goed en de smaak van de koffie is van essentieel belang, want 85% van de wedstrijd hangt hiervan af.
Wat maakt een gewone koffiekenner tot een steengoede barista?
Je moet het volledige proces van het koffiezetten perfect beheersen, alles begrijpen over de bonen, de koffiemolen en het koffieapparaat. Je moet volop gaan experimenteren om in levende lijve te ondervinden hoe bonen reageren, wat er gebeurt als je de doorlooptijden wijzigt, ... . Bij een goede koffie gaat het om de combinatie van heel wat elementen en het kleinste detail dat fout loopt, kan je de kop kosten.
Wat zijn je verdere ambities op vlak van dit specifieke vakgebied?
Ik ben nu natuurlijk de koffieambassadeur van België geworden, wat betekent dat ik mij ook op het Wereldkampioenschap moet gaan voorbereiden. Dat betekent barista-scholing in het buitenland, maar ook veel oefenen met het specifieke espressotoestel dat tijdens het WK moet worden gebruikt. Ik hoef dit natuurlijk niet allemaal op mijn eentje te doen, want ik heb een fantastisch coach gevonden in Manu Demets van Rombouts, die mij tot nu toe met veel succes verder heeft kunnen helpen. Ik ben er dan ook zeker van dat we er opnieuw volop tegenaan zullen gaan met het oog op dit belangrijke toernooi.
Kenny, jij hebt een eigen zaak - restaurant magma in Antwerpen - en staat dus elke dag zelf met beide voeten in de praktijk. Hoe populair zijn die koffievarianten nu echt bij het grote publiek?
Kenny Burssens - De mensen zijn nieuwsgierig, dat merk je wel, ze stellen er veel meer vragen over dan vroeger, en die evolutie kan alleen maar als positief worden ervaren. Vooral in restaurants moet er veel meer aandacht aan worden besteed, want niets is een grotere dooddoener van een fantastische maaltijd dan een flauwe koffie op het einde.
Invincible is een restaurant, eigenlijk een wijnrestaurant, in Antwerpen. De menukaart bestaat uit voor- en hoofdgerechten maar wisselt wel om de vijf weken. De gerechten komen uit de Belgisch/Franse keuken. Er is ook een wijnbar aanwezig. Kenny Burssens is de sommelier en kent werkelijk alles van de wijnen.
| (Toegelaten tot het geslacht Roodenbeke (de 7 belangrijkste families van Brussel) op 22 augustus 1489 uit hoofde van zijn vader Arnoud) |
| schepen van Lebbeke 1562 - 1563 |
| (Toegelaten tot het geslacht Roodenbeke (de 7 belangrijkste families van Brussel) op 22 augustus 1489 uit hoofde van zijn vader Arnoud) |
| meester-brouwer |
Mosselman herinnerde er zijn kinderen graag aan, naar aanleiding van verdelingen of testamenten, dat ze nazaten waren van twee van de zeven geslachten van Brussel: de Serhuygs via de Pipenpoys en de Roodenbekes via de Van Cattenbroecks.
De verdeling na zijn overlijden toont aan hoe welstellend hij was. Het totaal vertegenwoordigde 110.000 gulden, waarvan de twee-derden van de kant Mosselman en één derde van de kant ’t Kint. De te verdelen goederen behelsden onder meer, naast een hoeveelheid renten: het grote herenhuis ’In het Beloofde Land’ dat hij bewoonde op de hoek van de Beenhouwersstraat en de Sint-Hubertusstraat; twee slagerijen in de Beenhouwersstraat, het huis ’De Hoorn’ in de Wolstraat, een huis in de Rue Chair et Pain (dat al bijna twee eeuwen aan de familie behoorde), een huis in de Beierenstraat en een ander in de Bladerestraat, het huis ’De Heilige Geest’ in de Calckhoen Haenestraat, het huis ’De Keizerlijke Kroon’ in de Magdalenastraat en een slachthuis in de Sint-Hubertusstraat. Verder was er nog een huis op het gemeenteplein van Anderlecht, het landhuis ’Hof van Rensembroeck’ in Neerpede en landbouw- en weidegronden in Vlezembeek, Essene en Sint-Ulriks-Kapelle.
De twaalf kinderen van het gezin Mosselman- t’Kint evolueerden als volgt:
drie stierven op jonge leeftijd
vijf meisjes trouwden, onder hen Catherine Mosselman (1750-1820) met Jean-Baptiste ’t Serstevens (1754-1833), met een talrijk nageslacht bij Belgische adellijke families.
Jacques-Dominique Mosselman (1748-1814) trad in het voetspoor van zijn vader en werd veehandelaar en slager. Uit zijn huwelijk met Thérèse t’Serstevens, zus van Jean-Baptiste voornoemd, had hij twaalf kinderen die echter allen zonder nageslacht stierven, de laatste in 1848.
Etienne Mosselman (1751-1831)
Corneille-François Mosselman (1753-1829)
François-Dominique Mosselman (1754-1840)
François Mosselman was vijfde van de twaalf kinderen van Jacques-Dominique Mosselman en Barbara 't Kint.
Aanvankelijk interesseerde hij zich voor de textielbranche van de ouderlijke activiteiten en schreef zich in bij de gilde van de garen-en bandverkopers. Maar weldra dreef hij handel op grotere schaal samen met zijn broer Cornelius. Ze verwierven de zeer winstgevende pacht op de ruimdienst van Brussel en vooral begonnen ze de handel in granen. Dit bleek een goudmijn, onder meer omdat ze eerst aan de Oostenrijkse legers mochten leveren en vervolgens aan de Franse.
Mosselman was niet getrouwd maar had een maîtresse en waarschijnlijk was hij de vader van haar twee kinderen. Zij heette Marie-Thérèse Andria en leefde gescheiden van haar man Hubert Constant. In februari 1788 schonk Mosselman haar het 'Hôtel d'Autriche' in de Bisschopsstraat, dat ze uitbaatte, nog een tweede huis en 35.000 gulden. Dit vorstelijk geschenk werd in juli daaropvolgend met nog bijkomende giften aangevuld. Het hotel in kwestie was een ontmoetingsplaats voor de aanhangers van Jan Frans Vonck waar de gebroeders Mosselman toe behoorden. In 1790 zou het worden omgedoopt in 'Hôtel Belgique'.
Satirische schrijvers lieten niet na de draak te steken met de vrolijke patriot en zijn omvangrijke maîtresse. Eén onder hen was Jacques Le Sueur die een pamflet schreef met 'geheime verhalen' over notabelen zoals de kardinaal-aartsbisschop, minister Trauttmansdorff, generaal d'Alton, de graaf en gravin d'Arberg, enz. Mosselman beschreef hij als een voormalige slagersknecht die steenrijk was geworden door het ophalen van de 'mestbak' en door de graanhandel. Terwijl 's middags en 's avonds veel officieren van het regiment de Ligne in het Hof van Oostenrijk kwamen eten, zo schreef Le Sueur, en er werden ontvangen door een zich als Oostenrijksgezind voordoende uitbaatster, ging het er later op de avond anders aan toe. Wanneer Mosselman en zijn vonckistische vrienden tot laat in de nacht zaten te drinken en complotten te smeden, hief 'la Constant' menig glas als hevige patriotte en bedronk ze zich met heildronken ter ere van de vrijheid.
Jaren later, na de opeenvolgende revoluties die hadden plaatsgevonden en terwijl hij zelf de veertig naderde, dacht Mosselman aan trouwen. Hij liet zijn ogen vallen op een meisje dat half zijn leeftijd had en, wat zeker niet ongunstig was, een aanzienlijke bruidsschat zou meebrengen. Het ging om Marie-Louise Tacqué (1776-1828) die als enig kind met haar ouders in Brussel en op hun buitenverblijf in Laken woonde. Die ouders kenden het wat woelig verleden van de verzoeker en weigerden eerst de toestemming. Toen in 1796 de moeder, hevigste tegenstander, overleed, gaf de vader toe, en overleed direct daarop. Het huwelijk vond plaats op 20 mei 1797. Het zou een vruchtbaar huwelijk worden, met niet minder dan elf kinderen als resultaat. Ondanks die grote kinderzegen is het niet uitgesloten dat, nadat alle kinderen tussen 1798 en 1816 in Parijs geboren werden, de echtgenote toch enige zelfstandigheid herwon. Het is alvast in haar ouderlijke woning in Laken dat ze kwam sterven. Het jongste kind was toen twaalf.
Het gezin ging eerst zijn intrek nemen in het grote herenhuis van de ouders Tacqué, in de Korte Lange Wagenstraat. Mosselman had nationale goederen aangekocht, onder meer afkomstig van het hospitaal Ter Zieken. De bruid, die al onmiddellijk het volledige fortuin van haar ouders erfde, bracht nog méér eigendommen en kapitalen mee. Alles samen bezaten de echtgenoten 330 ha. grond en eigendommen in het Brusselse met nog méér eigendommen in het Antwerpse en in de provincie Luik.
Ondertussen had Mosselman zijn vleugels verder uitgeslagen. Rond 1794 stichtte hij in Parijs een bank, die snel een hoge vlucht nam. De aanzienlijke sommen waarover hij beschikte maakten dat Mosselman de beste manier zocht om ze te doen opbrengen en daarom had hij zich naar Parijs gekeerd. Vanaf 1798 had hij er een pied-à-terre in de Rue Saint-Denis en pendelde hij regelmatig tussen Brussel en Parijs. Dit was weldra onvoldoende en hij besliste zich met zijn gezin permanent in de Franse hoofdstad te vestigen. Hiervoor kocht hij aan de Chaussée d'Anthin het schitterende huis van de failliete bankier Recamier, waar Juliette Récamier haar grote dagen had gekend.
Naast het bankieren werd Mosselman ook industrieel. In Moresnet had kanunnik Jean-Jacques Dony († 1824) een procedé uitgevonden om zinkerts (genaamd 'kalamijn') op industriële schaal te verwerken. Maar het industrieel ontwikkelen van zijn uitvinding vergde kapitalen die Dony niet had. Toen verscheen Mosselman die in twee keer (1813 en 1824) de Société de la Vieille Montagne volledig in handen nam en er een grote ontwikkeling aan gaf. Het werd zijn grootste realisatie. Heel wat fabrieken werden voor zinkexploitatie en verwerking (walserij) opgericht, in België en in het buitenland.
Het liep niet allemaal van een leien dakje want het kleine territorium Moresnet was na 1814 jarenlang de inzet van een strijd tussen Pruisen en Nederland. Bij zover dat Émile Mosselman en Charles Le Hon, zoon en schoonzoon van François-Dominique onderhandelden met Willem I en in juni 1830 een akkoord bereikten, waarbij de koning de vennootschap zou aankopen voor 1.452.000 fr. De Belgische Revolutie verhinderde de uitvoering van deze transactie. De ruzie met Pruisen ging verder en werd pas definitief beslecht in 1854. Ondertussen was de Société de la Vieille Montagne een beursgenoteerde multinationale onderneming geworden, met onder meer vestigingen in Pruisen. De ruzie over het grondgebied zelf het zogenaamde Neutraal Moresnet sleepte aan totdat de uitslag van de Eerste Wereldoorlog het definitief bij België deed horen.
Het was na de dood van zijn vrouw dat Mosselman de vennootschap overliet aan zijn kinderen onder de naam 'Mosselman Frères et Soeurs'. Enkele jaren later, in 1837, werd een nieuwe vennootschap opgericht onder de naam 'Société des Mines et Fonderies de Zinc de la Vieille Montagne' waarbij de Banque de Belgique met 800.000 fr. ingebracht vers geld aandeelhouder werd, terwijl de inbreng van de familie Mosselman, bestaande uit alle activa, 4.200.000 fr. vertegenwoordigde. Die activa bestonden onder meer uit de zinkmijn van Moresnet, de fabrieken van Moresnet, Hergenrath, Saint-Léonard en Angleur, de koolmijn Foxhall, de fabrieken van Valcanville en Gondreville in Frankrijk en die van Dartford in Engeland.
Naast een paar van de zoons Mosselman, kwamen ook belangrijke personaliteiten in de directie en raad van bestuur van de Vieille-Montagne, zoals graaf Charles Le Hon, Leopold Le Hon en hertog Charles de Morny, respectievelijk echtgenoot, zoon en vaste minnaar van Fanny Mosselman, Charles de Brouckère, Gilles Davignon, schoonzoon Henri Frédéric Fontenilliat, en andere.
Over de elf kinderen van François-Dominique Mosselman en Marie-Louise Tacqué is heel wat te zeggen. Hierna volgen enkele identificatiegegevens:
- Louis-Joseph werd doodgeboren (1798).
- Jenny Mosselman (1799-1867) trouwde met graaf Henri Frédéric Fontenilliat (1793-1864), regent van de Banque de France. Hun dochter Camille (1823-1907) trouwde met Auguste-Victor Casimir-Perier (1811-1876) en zij waren de ouders van Jean Casimir-Périer (1847-1907) die korte tijd president van de Franse republiek was. De jongste dochter Fontenilliat, Jenny (1825-1903), trouwde met hertog Gaston d'Audiffret-Pasquier (1823-1905), met een talrijk nakomelingschap in Franse en Belgische adellijke families. De hertog werd voorzitter van de Assemblée Nationale, vervolgens van de Senaat en werd in 1878 lid van de Académie Française.
- Marie-Flore Mosselman (1800-1834) trouwde met haar neef Théodore Mosselman du Chenoy.
- Lise Mosselman (1800-1862) trouwde met de bankier Denis Sauvage. Talrijke nazaten in Franse adellijke families, onder hen Anne-Aymone Sauvage de Brantès, echtgenote van de voormalige president Valéry Giscard d'Estaing.
- Émile Mosselman (1802-1833) werd de vertrouwensman van zijn vader en was veelbelovend maar overleed na een ongeval.
- Achille Mosselman (1804-1822) was student in de École des Mines.
- Jules Mosselman (1805-1819)
- Fanny Mosselman (1808-1880), bekende echtgenote van ambassadeur en graaf Charles Le Hon en maîtresse van Charles de Morny. Onder haar nazaten onder meer prins Michel Poniatowski.
- Alfred Mosselman (1810-1867) die zich actief met de zinkfabrieken bezighield en een flamboyante personaliteit was die zich onder meer onderscheidde als ruiter en als mecenas, maar ook als initiatiefnemer van heel wat industriële en immobilaire projecten en vele jaren als regent van de Banque de France.
- Hyppolite-Charles Mosselman (1811-1813)
- Hyppolite-Leopold Mosselman (1816-1873), groot paardenliefhebber en ruiter.
De specialist van de loge L'Heureuse Rencontre in Brussel, meent dat het François Dominique Mosselman is die in 1786 voorkomt op de ledenlijst van deze loge. Het is niet onmogelijk, hoewel er toch dient rekening mee gehouden dat op deze ledenlijst geen voornaam vermeld stond en pas in de negentiende eeuw de maçonnieke auteur A. Cordier 'F. D.' bij de familienaam voegde (op welke basis?) en dit op een tijdstip dat geen nog levende personen kon bevestigen over wie het ging. Het kan dus best een van de andere toen volwassen Mosselmans gaan, zoals Dominique Mosselman, die nadien ook nog als vrijmetselaar opdook.
Er is immers ook bij herhaling geschreven dat François-Dominique Mosselman, of een van zijn twee broers, in 1798 tot de stichters behoorde van de Brusselse militaire vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes. Dit is in elk geval een vergissing. De persoon die op de installatiezitting van 17 februari 1798 vermeld werd als rentenier en die als penningmeester van de loge ondertekende met D. Mosselman was onbetwistbaar Dominique Mosselman (1758-1830), verre neef van François-Dominique Mosselman.
De leerling Mosselman, die als Mosselman le jeune en als brouwer vermeld werd bij dezelfde installatiezitting, was de jongere halfbroer van Dominique, Dominique-Joseph Mosselman (1776-ca1850), die later vermeld werd als oliefabrikant.
Corneille begon in het actieve leven als uitbater van een slagerij in de Beenhouwersstraat maar weldra voegde hij zich bij zijn jongere broer François-Dominique Mosselman in activiteiten zoals de graanhandel en vanaf 1780 de winstgevende pacht op de ruimdienst (’Pacht van de beir en straatmodden’) voor Brussel. Om zich beter te organiseren, stichtten ze een vennootschap onder hun beider naam en, aangezien ze toen nog ongehuwd waren, maakten ze een testament op waarbij ze mekaar wederkerig algemeen legataris maakten.
Op een terrein dat hij in 1787 aankocht bij de uitverkoop van het opgeheven klooster van de Witte Zusters van de Roos van Jericho, bouwde hij op de Nieuwe Graanmarkt een statig herenhuis met een belvédère, als sluitstuk van een algemeen plan dat was opgemaakt door architect Claude Fisco. Op 17 maart 1790 werd het pas afgewerkte gebouw, dat aan de straatkant een grote inrijpoort en 44 vensters in de gevel had (thans Nieuwe Graanmarkt 24-25, als monument beschermd in 1998) door het gepeupel geplunderd, hetzij omwille van de Vonckistische overtuigingen van de broers, hetzij omdat ze als graanhandelaars verdacht werden van speculaties.
De handelsactiviteiten van de broers profiteerden van de oorlogsomstandigheden. Na eerst veel graan te hebben geleverd aan de Oostenrijkse legers, werden ze de voornaamste leveranciers van de Franse legers. Tussen 1794 en 1812 nam hun vermogen aanzienlijk toe.
In april 1798 kocht Corneille Mosselman een eigendom in Court-Saint-Etienne, deel van de vroegere eigendommen van de door de Fransen verkochte abdij van Villers, namelijk de Domaine du Chenoy, die enkele honderden ha groot was en die hij in de volgende jaren nog verder uitbreidde. Hij verbleef in zijn laatste levensjaren zeer vaak op dit domein. Na de vroege dood van zijn jonge vrouw in 1807 dacht hij niet meer aan hertrouwen en zijn zoon vertrouwde hij voor zijn opvoeding en opleiding toe aan zijn broer in Parijs.
Théodore Mosselman erfde als enige zoon het eigendom Le Chenoy in Court-Saint-Etienne (ongeveer 400 ha, door hem uitgebreid tot 2.500 ha). Vanaf ca. 1850 voegde hij voor zichzelf en zijn familieleden ’du Chenoy’ bij de familienaam. De eigendom (kasteel en ongeveer 950 ha) werd na zijn dood door zijn zoon Armand verkocht aan de industrieel Boël (nadien eigendom van de familievennootschap nv Domanoy).
Hij was pas negentien toen hij trouwde met zijn nicht Flora Mosselman (1800-1834), dochter van François-Dominique Mosselman en ze hadden twee zoons die vroeg stierven:
Jules Mosselman (1824-1839)
Léon-Marie Mosselman (1825-1843)
Zijn tweede huwelijk was in 1841 met Isabelle Coghen (1822-1891), dochter van minister van financies en graaf Jacques Coghen. Ze kregen zes kinderen:
Isabelle Mosselman du Chenoy (1842-1876), gehuwd met baron Auguste d’Anethan, diplomaat, zoon van minister Jules d’Anethan (afstamming tot op heden)
Theodore Mosselman du Chenoy (1843-1843)
Armand Mosselman du Chenoy (1847-1893), die de eigendom van Le Chenoy erfde en verkocht en van wie Braziliaanse afstamming.
Paul Mosselman du Chenoy (1849-1895)
Laura Mosselman du Chenoy (1851-1925), grootmoeder van koningin Paola
Henriette Mosselman du Chenoy (1855-1898), gehuwd met burggraaf Bernard du Bus de Gisgnies (1832-1917) (afstamming tot op heden)
Na een aantal jaren was de verstandhouding tussen het echtpaar zoek, met als gevolg dat Isabelle Coghen met haar dochters meestal in Brussel woonde en Théodore Mosselman meestal op het kasteel van Chenoy verbleef, waar hij ook overleed. Hij was noch atheïst noch vrijmetselaar, maar liet zich toch burgerlijk begraven.
Familiebanden
Het nageslacht van Theodore Mosselman du Chenoy is aanzienlijk. Naast de Belgische koningin Paola en haar kinderen, naast de overige Italiaanse afstamming, vindt men er een indrukwekkend aantal leden van Belgische adellijke families, onder meer: d’Anethan, de Gerlache de Gomery, de Marchant et d’Ansembourg, de Ghellinck d’Elseghem, Iweins de Wavrans, de Beauffort, de Kerchove de Denterghem, d’Oultremont, della Faille de Leverghem, Casier, du Bois d’Aische, Kervyn de Volkaersbeke, Oldenhove de Guertechin, Cartuyvels, van der Straten Waillet, d’Yve de Bavay, de Lhoneux, de Radzitzky d’Ostrowick, Verhaeghe de Naeyer, de Villenfagne de Vogelsanck, van Zuylen van Nyevelt, Berghmans, de Renesse, d’Ursel, Malevez, de Schaetzen, de Meeûs d’Argenteuil
De bruidssluier die Laura droeg in 1877 werd in 1919 ook gedragen door haar schoondochter Luisa . De gravin schonk dit familiestuk aan haar dochter Prinses Paola, die het bij haar huwelijk met koning Albert, Prins van Luik droeg.
De bruidssluier werd bij hun huwelijk gedragen door de prinsessen Astrid, Mathilde en Claire. Restauraties gebeurden in 1984 en 1999. Deze sluier, in Brusselse duchesse-kant, behoort tot het familiepatrimonum van de Prinsen Ruffo di Calabria. Koningin Paola is de huidige eigenares.
| Prinses Ruffo di Calabria en Hertogin van Guardia Lombardije |
| Duc de Guardia Lombardia |
18de graaf van Sinopoli, 6de hertog van Guardia Lombarda, 13de prins van Scilla (Napels, 12 augustus 1884 - Ronchi di Apuana, provincie Massa-Carrara, 23 augustus 1946) was een Italiaans officier en luchtheld.
Hij werd postuum de schoonvader van koning Albert II van België toen zijn jongste dochter Paola Ruffo di Calabria, de zesde Koningin der Belgen, met prins Albert van België in het huwelijk trad. Hij is de grootvader van Koning Filip.
Ruffo di Calabria heeft nooit geweten dat zijn dochter met een telg van het Belgisch vorstenhuis huwde - in dezelfde sluier die zijn moeder bij het huwelijk van zijn ouders droeg. Koningin Paola verloor haar vader op achtjarige leeftijd.
ulco werd geboren als zoon van Fulco Beniamino Tristano Ruffo di Calabria (1848-1901) en Laura Mosselman du Chenoy (1851-1925), van een Belgische patriciërsfamilie (langs moederszijde van recente adel). Hij werd bij decreet van 15 maart 1928 prins Ruffo di Calabria.
Na zijn militaire dienst, waarbij hij reserveofficier in de cavalerie werd, werkte hij voor een Belgisch-Italiaanse handelsmaatschappij in Italiaans Somaliland.
Toen Italië in 1915 ging deelnemen aan de Eerste Wereldoorlog, werd Ruffo militair piloot. Hij werd een van de beste Italiaanse jachtvliegers. In totaal boekte hij 20 overwinningen in 53 luchtgevechten (hij eiste tevergeefs nog vijf andere overwinningen op), wat hem de vijfde beste Italiaanse "aas" in de oorlog maakte. Het leverde hem verscheidene eretekens op.
Ruffo werd op 10 september 1918 Ridder in de Militaire Orde van Savoye. In de voordracht werd opgemerkt dat hij minimaal zeven vijandelijke vliegtuigen had neergehaald. Eerder was hij op 5 mei 1918 al onderscheiden met de exclusieve "Gouden medaille voor Dapperheid", de vermaarde "Medaglio D'Oro al Valor Militare", voor zijn "ongelofelijke moed" tijdens een luchtgevecht waarin hij geheel alleen vijf vijandelijke vliegtuigen aanviel, twee daarvan neerschoot en de drie andere wist te verjagen.
Eerder werden hem al een zilveren en vier bronzen Medailles voor Moed verleend.
Na de oorlog bleef hij officier maar hield zich vooral bezig met het beheer van zijn eigendommen. Op 30 juni 1919 huwde hij in Turijn met Luisa Gazelli; een hofdame van koningin Helena van Italië.
Op 19 juni 1931 werd hij onderscheiden als Commandeur in de Orde van Christus.
In 1934 benoemde koning Victor Emmanuel III hem tot senator van het koninkrijk. Hij bleef senator tot de val van het fascisme in Italië. Hij werd nadien veroordeeld door het Italiaanse gerecht voor medeplichtigheid aan de misdaden van het fascisme en die uitspraak is in beroep bevestigd. Alhoewel hij waarschijnlijk nooit actief misdaden heeft begaan.
| Gravin |
Haar vader overleed toen de prinses acht jaar oud was. Zijn weduwe moest vanaf toen alleen een kroost van vijf kinderen groot brengen. De Italiaanse prinses bracht haar jeugd, na de oorlog, grotendeels door in Rome, waar ze haar klassieke humaniora (afdeling Grieks/Latijnse) afrondde. Ze studeerde op internaat en bracht veel tijd door met haar moeder.
In 1958 leerde de 21-jarige Paola de 24-jarige Belgische prins Albert, broer van koning Boudewijn, kennen rondom de kroningsplechtigheid van paus Johannes XXIII. Het hof was bijzonder blij met de komst van de zuiderse prinses, maar de invloed van La Rethy was duidelijk nog aanwezig.
Op 20 april 1959 raakte bekend dat Johannes XXIII, op aandrang van het hof, persoonlijk het huwelijk zou inzegenen in Rome. Het hof had echter op eigen initiatief gehandeld, zonder medeweten van de bevoegde ministers. Daarop ontstond er een diplomatieke rel; terwijl prinses Lilian en koning Leopold vereerd waren met de pontificale zegen, drong Gaston Eyskens met aandrang aan op een civiele dienst in België. Paus Johannes verstond de kritiek en trok zich terug.
Opnieuw stuurde het hof echter ambassadeurs en diplomaten naar het Vaticaan, op vraag van koning Boudewijn, koning Leopold en prinses Lilian. Leopold had er connecties via zijn zus, koningin Marie-José. Ook de familie Ruffo di Calabria had connecties die naar het Vaticaan gingen om de zaak te bepleiten. Zelfs kardinaal Van Roey werd naar Rome gestuurd om te onderhandelen. De paus stuurde als antwoord de apostolische nuntius en een pontificaal gezant die nogmaals weigerden. Het nieuws was een ontgoocheling voor vele Italianen, die op een koninklijk huwelijk van een Italiaanse prinses hadden gehoopt. Dit was volgens sommigen het begin van de ondergang van Lilian, die weldra haar eerste plaats zou moeten afstaan.
Op 2 juli 1959 trouwde het paar in Brussel. De prinses droeg daarbij een sluier in naaldkant van haar Belgische grootmoeder; Laura Mosselman du Chenoy (1854-1925). Het burgerlijk huwelijk werd in de empirezaal voltrokken, het kerkelijk in de kathedraal. Op relatief korte tijd kreeg het paar drie kinderen: kroonprins Filip (15 april 1960), Astrid (5 juni 1962) en Laurent (19 oktober 1963).
| Koningin van Belgie |
Tijdens de zwangerschap van prinses Astrid, de hertogin van Brabant, verongelukte op 17 februari 1934 haar schoonvader Koning Albert I. Astrid werd zo onverwacht Koningin der Belgen op 23 februari, terwijl ze zwanger was van haar derde kind. Als eerbetoon aan haar schoonvader kreeg de jongste prins Albert als voornaam. Op 6 juni 1934 schonk Koningin Astrid het leven aan haar laatste kind in het kasteel van Stuyvenberg. De nieuwe prins kreeg de dynastieke titel Prins van Luik. Ter gelegenheid van deze titelverlening bracht Albert samen met zijn moeder een bezoek aan deze stad. Als peter kreeg hij bij zijn doopsel prins Felix van Bourbon-Parma.
Op 29 augustus 1935 was het vorstenpaar, op vakantie in Zwitserland, betrokken bij een zwaar verkeersongeluk in Küssnacht am Rigi. De koningin kwam hierbij om het leven, prins Albert was slechts een jaar oud. Zijn opvoeding werd voltooid door zijn stiefmoeder prinses Liliane en zijn enige zus Josephine-Charlotte. Hij groeide op in woelige tijden, onder meer door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De koninklijke familie werd gedeporteerd naar Duitsland en op 7 mei 1945 door het Amerikaanse leger bevrijd. Zijn vader kwam daarna hevig onder vuur te liggen tijdens de koningskwestie en zijn broer Boudewijn besteeg de troon. Albert vervulde nadien zijn legerdienst bij de Marine, en is thans opperbevelhebber van het leger.
Huwelijk en kinderen
Op 2 juli 1959 trouwde Albert met de Italiaanse prinses Donna Paola Ruffo di Calabria. Het huwelijk van prins Albert kwam er voordat zijn broer koning Boudewijn trouwde. Het burgerlijk huwelijk vond in de Empirezaal van het Koninklijk Paleis plaats. Het paar nam vervolgens zijn intrek in het kasteel van het Belvédère. Ze kregen drie kinderen:
prins Filip, geboren 15 april 1960
prinses Astrid, geboren 5 juni 1962
prins Laurent, geboren 19 oktober 1963
Na enige tijd kwamen er echter barsten in hun huwelijk. De prins leerde barones Sybille de Selys-Longchamps kennen. Uit hun relatie werd een kind geboren: Delphine Boël. Koning Boudewijn zorgde samen met zijn neven en nicht dat Albert herenigd werd met zijn echtgenote. De prins hoopte zo deze zwarte bladzijde te vergeten, maar werd hier later opnieuw aan herinnerd door een boek van Mario Danneels. Na de commotie die hierrond in de media ontstond, alludeerde de koning in zijn kerstboodschap van 1999 op deze vroegere huwelijksproblemen. Velen concludeerden hieruit dat hij het bestaan van dit buitenechtelijk kind in bedekte termen toegaf. Ondanks alle problemen houdt het huwelijk van het prinsenpaar stand. In 2009 vierden ze hun gouden huwelijksjubileum.
Gezondheid
Albert staat bekend om zijn joviale levensstijl, dit in tegenstelling tot zijn broer Boudewijn, die een meer sober leven leidde. Zo heeft Albert II een passie voor motorfietsen die hem al een paar keren beenbreuken en kneuzingen opleverde. Hij kwam naar het huwelijk van dochter Astrid met een verband en verleende astronaut Frank De Winne een audiëntie in een rolstoel.
Net zoals zijn broer is Albert een hartpatiënt. De koning onderging urgente hartchirurgie in Aalst [2], waarvan hij genas. Daarnaast onderging de koning ook chirurgie naar aanleiding van een acute hernia, waardoor hij genoodzaakt was om regelmatig te rusten tijdens officiële recepties. Sinds enige jaren heeft Albert een hoorapparaat. Hij onderging oogchirurgie, en in 2007 brak de koning de hals van zijn dijbeen
| koning der Belgen |
Prins Filip werd geboren op 15 april 1960 als oudste zoon van prins Albert, prins van Luik (de latere koning Albert II) en donna Paola Ruffo di Calabria (de latere koningin). Aan het einde van de jaren 60, toen duidelijk werd dat het huwelijk van zijn oom koning Boudewijn kinderloos zou blijven, werd prins Filip steeds nadrukkelijker als troonopvolger naar voren geschoven.
Als eerste kroonprins van België kreeg de prins geen privé-onderwijs, maar volgde de humaniora in een gewone school. Tot zijn vijftiende ging hij naar het Franstalige Jezuïetencollege Saint-Michel in Brussel. Hierna ging hij naar de abdijschool van Zevenkerken in Sint-Andries (West-Vlaanderen).
Hij volgde hoger onderwijs op universitair niveau aan de Koninklijke Militaire School. Daar maakte hij deel uit van de 118e Promotie "Alle Wapens" van 1978 tot 1981.
Daarna had hij een korte carrière in het leger. De prins had inmiddels andere plannen. Hij bezocht Trinity College van de Universiteit van Oxford in het Verenigd Koninkrijk in 1988 en daarna ging hij naar de Stanford-universiteit in de Verenigde Staten waar hij de graad van ’Master of Arts in Political Science’ behaalde.
De prins, die al sinds lang een passie heeft voor techniek en vooral voor jachtvliegtuigen, begon een opleiding als gevechtspiloot. Hier vloog hij op Alpha Jet, Mirage V en F-16. In tegenstelling tot vele andere prinsen, maakte hij ook 30 solovluchten. Heden bezit hij een eigen helikopter.
Sinds 1992 beschikt prins Filip over een eigen huis en ontvangt hij een jaarlijkse dotatie. Tegenwoordig het ’Huis van de hertogen van Brabant’ genoemd. Na de dood van koning Boudewijn in 1993 en de eedaflegging van zijn vader, koning Albert II, ontving hij de titel ’Hertog van Brabant’, een titel die gewoonlijk aan de kroonprins gegeven wordt. Vanaf dan nam de prins veel meer officiële taken op zich.
Naar aanleiding van de 50e verjaardag van de kroonprins ontstond er een polemiek in de kranten over de aanpassing of herziening van het koninklijk statuut naar een meer ceremoniële of protocollaire invulling naar het voorbeeld van de Scandinavische landen.
Huwelijk en kinderen
Prins Filip verloofde zich op 10 september 1999[2] met jonkvrouw Mathilde d’Udekem d’Acoz (20 januari 1973). Op 4 december 1999 trouwden zij in Brussel. Zij hebben vier kinderen:
Wapen van Filip & Mathilde van Brabantprinses Elisabeth (25 oktober 2001)
prins Gabriël (20 augustus 2003)
prins Emmanuel (4 oktober 2005)
prinses Eléonore (16 april 2008)
Prins Filip is erevoorzitter van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel en richtte in 1998 het Prins Filipfonds op. Zijn fonds heeft de bedoeling de gemeenschappen in België dichter bij elkaar te brengen. Zijn motto is "Hetgeen ons bindt is zoveel sterker dan wat ons scheidt, het is een troef die we in handen hebben". Ook wil hij graag een ’bruggenbouwer’ worden genoemd. In 2002 ontving hij een bij sommigen omstreden eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven.[3]
Prins Filip is erelid van de Club van Rome en was aanwezig op diverse meetings van de Bilderberggroep.
Prins Filip is een aantal keer in aanvaring gekomen met de politiek en pers: hij deed een uitval naar de partij Vlaams Belang, ondertekende een document van de werkgeversvereniging VBO en berispte begin 2007 de hoofdredacteuren van twee Vlaamse kranten. De prins werd wegens zijn gedrag door eerste minister Guy Verhofstadt terechtgewezen[4]. Men vreest immers dat prins Filip een actieve politieke rol wil spelen wanneer hij de troon bestijgt.
Prins Filip kwam ook in opspraak toen bleek dat de Vlaamse Gemeenschap al enkele jaren probeerde een collectie historische meubelen terug te vorderen. Volgens het Hof maakten deze meubels deel uit van de Koninklijke Collectie die ter beschikking staat van de Koninklijke familie om de residenties te bemeubelen. Op 3 september 2008 werd bekend gemaakt dat de Belgische kroonprins 23 historische stoelen en twee tafels zal teruggeven aan de Vlaamse overheid[5].
Mandaten:
Generaal-majoor (divisieadmiraal) van het Belgische leger
Senator van rechtswege sedert 21 juni 1994
Ereambten:
Erevoorzitter van het Agentschap voor Buitenlandse Handel sedert 1993
Voorzitter van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling 1993-1997
Erevoorzitter van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling sedert 1997
Stichter van het Prins Filipfonds in 1998
Erevoorzitter van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden sedert 2001
Erevoorzitter van het Europese Afdeling van de Club van Rome sedert 2004
Erevoorzitter van de International Polar Foundation sedert 2004
Academische onderscheiding:
Doctor honoris causa van de Katholieke Universiteit Leuven sedert 4 februari 2002
nationale onderscheidingen:
Grootlint in de Leopoldsorde , na het overlijden van zijn vader wordt hij, als koning der Belgen, de grootmeester van deze Nationale Orde
onderscheidingen van andere staten:
Grootkruis in de Christusorde (Republiek Portugal) sedert oktober 2005
Grootkruis in de Orde van de Eer (Republiek Griekenland) sedert 1 februari 2005
Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Poolse Republiek (Republiek Polen) sedert 18 oktober 2004
Grootkruis in de Orde van de Witte Roos (Republiek Finland) sedert 30 maart 2004
Grootkruis in de Orde van Sint-Olaf (Koninkrijk Noorwegen) sedert 20 mei 2003
Ridder in de Orde van de Olifant (Koninkrijk Denemarken) sedert 28 mei 2002
Ridder in de Orde van de Serafijnen (Koninkrijk Zweden) sedert 7 mei 2001
Grootkruis in de de Orde van Isabella de Katholieke (Koninkrijk Spanje) sedert 16 mei 2000
Ridder in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau (Groothertogdom Luxemburg) sedert 15 maart 1999
Grootkruis van Eer en Devotie in de Orde van Malta (Souvereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta) sedert 26 oktober 1998
Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (Bondsrepubliek Duitsland) sedert 13 juli 1998
Grootkruis in de Militaire Orde van Aviz (Republiek Portugal) sedert 7 oktober 1997
Grootkruis in de Orde van de Condor van de Andes (Republiek Bolivia) sedert 9 september 1996
Grootkruis Ridder in de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem sedert 19 oktober 1995
Grootlint in de Opperste Chrysanthemumorde (Keizerrijk Japan) sedert 26 mei 1994
Grootkruis in de Orde van de Bevrijder San Martin (Republiek Argentinië) sedert 6 mei 1994
Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau (Koninkrijk der Nederlanden) sedert 6 mei 1993
Ridder in de Orde van de Gulden Cydonia
| hertog van Brabant, prins van België, is de kroonprins van België en de oudste zoon van Albert II, koning der Belgen en koningin Paola. Hij voert de titel, met predicaat: Zijne Koninklijke Hoogheid de Hertog van Brabant. |
Ze is de oudste van een gezin van vijf kinderen: Mathilde, Elisabeth (17 januari 1977), Hélène (22 september 1979), Marie-Alix (16 september 1974- 1997) en Charles-Henri (13 mei 1985). In 1997 kwam Marie-Alix samen met hun grootmoeder om in een auto-ongeluk. Haar moeder, Anne Marie Komorowska is een Poolse edelvrouw die op 1 september 1971 trouwde met Patrick d’Udekem d’Acoz.
Mathilde groeide op in het Waalse dorpje Villers-la-Bonne-Eau nabij Bastenaken in het kasteel van Losange waar destijds ook de prinselijke verloving tussen kroonprins Umberto van Savoie en Marie José van België plaatsvond. Ze studeerde moderne talen aan het Institut Vierge Fidèle, te Brussel. Daarna studeerde ze met grote onderscheiding af aan het Institut Haute Ecole Léonard de Vinci als logopediste. Ze had in Brussel haar eigen praktijk en werkte ook deeltijds in een school voor lager onderwijs.
In 1998 begon ze (via een schakelprogramma) een academische opleiding in Louvain-la-Neuve en behaalde er met onderscheiding het diploma van licentiaat in de psychologie.
Op 13 september 1999 werd zij officieel voorgesteld als verloofde van prins Filip. Dit had plaats in de tuin van het kasteel van Laken. Daarna volgde een kennismaking met de bevolking via de Blijde Inkomsts in elke provincie.
Op 4 december 1999 trad zij in het huwelijk met Filip van België. Bij deze gelegenheid ontving zij de titel van prinses van België en kregen haar naaste aanverwanten de titel van graaf of gravin. Zij zal naar verwachting de eerste koningin der Belgen zijn die in België is geboren. De tweede echtgenote van Koning Leopold III was weliswaar ook een Belgische, maar Lilian Baels werd nooit aangeduid als koningin en werd ook niet geboren in België maar London waar haar familie verbleef tijdens WO I.
Van de hertogin van Brabant wordt verwacht dat ze de dynastie een troonopvolger schenkt. De prinses stichtte het Fonds Prinses Mathilde met geld dat ze ontving als huwelijksgift; jaarlijks wordt met dat geld de Prijs Prinses Mathilde uitgereikt.
De hertogin van Brabant besteedt aandacht aan de positie van de vrouw en kinderen in moeilijke situaties. Ze leidde al drie zendingen in Afrika; naar Niger,Mali en Senegal. Ook is ze vertegenwoordiger van UNAIDS en helpt ze op vraag van UNICEF via haar naambekendheid.
De hertogin van Brabant is de doopmeter van prinses Alexia der Nederlanden en prinses Isabella van Denemarken.
| Prinses, hertogin van Brabant |
Astrid treedt op als voorzitter van het Belgische Rode Kruis, een functie die ze in 1994 van haar vader overnam. In die functie kwam ze begin maart 2007 in opspraak toen het Rode Kruis Vlaanderen haar persoonlijke assistente ontsloeg en de afdeling bekend maakte dat de prinses en haar adviseurs zich verzetten tegen de vraag naar meer autonomie voor de regio’s. Guido Kerstens, voorzitter Rode Kruis Vlaanderen stelde zijn mandaat ter beschikking.
Eind 2007 raakte bekend dat zij zich geen kandidaat meer stelt voor een nieuwe ambtstermijn als voorzitter van het Belgische Rode Kruis. Daarmee loopt haar mandaat af op 31 december 2007.
Astrid is zeer gelovig, dit blijkt onder andere uit de namen van haar kinderen; haar dochters zijn allen vernoemd naar Maria en Amedeo heeft Marie als tweede naam.
Toen bleek dat haar oom Boudewijn geen kinderen kon krijgen, werd de Salische Wet afgeschaft, die bepaalt dat enkel mannen op de troon mogen zitten. Hierdoor zakte haar broer Laurent een plaats naar beneden ten gunste van haar.
| Prinses, Aartshertogin van Oostenrijk-Este (Prins(es) van België Dragers van de vorstelijke titel Prins(es) van België (Frans: Prince(sse) de Belgique; Duits: Prinz(essin) von Belgien) worden voor het eerst gedefinieerd in een koninklijk besluit van 14 maart 1891 (B.S. 15 maart) als zij die "voortspruiten uit de rechtstreekse en mannelijke afstamming van wijlen Zijne Majesteit Leopold I." Het besluit stipuleert dat de voornaam van de titularis de titel voorafgaat en dat prinsessen die door huwelijk lid worden van de koninklijke familie de titel op dezelfde wijze zullen voeren na hun eigen namen en titels. Nagenoeg honderd jaar later voorzag het koninklijk besluit van 2 december 1991 (B.S. 5 december, 2de uitgave) in een nieuwe regeling, zonder daarbij te raken aan het titelrecht van hen die onder de toepassing van het oude besluit vielen. Krachtens het nieuwe besluit komt de titel "Prins/Prinses van België" toe aan de rechtstreekse afstammelingen van Albert II, destijds Prins van Luik. Daarmee ontzegt het KB de titel aan andere rechtstreekse nakomelingen van Leopold I, maar heft het wel de kracht van de Salische wet op door "de titel van Prins of Prinses van België te verlenen [...] aan de zowel vrouwelijke als mannelijke afstamming in de rechte lijn van Z.K.H. prins Albert." Een tweede novum geldt de breuk deze titel niet langer automatisch te verlenen aan personen die door huwelijk lid worden van de Belgische koninklijke familie. Voortaan kan aan hen de titel enkel met toepassing van art. 113 van de Grondwet (m.n. het prerogatief adeldom te verlenen) en door een bijzonder koninklijk besluit verleend worden. Zulke KB’s werden inmiddels uitgevaardigd voor alle drie de schoonkinderen van Albert II. Afgezien van het prestige is aan de titel geen enkel voorrecht verbonden. Zijn dragers worden geacht namens het staatshoofd representatieve taken te vervullen en komen door lidmaatschap van de koninklijke familie nooit in aanmerking voor het ministerschap of ambt van staatssecretaris (art. 98 GW). Op dit moment telt het Belgische koningshuis officieel 22 Prinsen van België. [bewerken] Titeldragers Hieronder volgt een lijst met de personen die de titel prins of prinses van België dragen met achter elke naam het jaartal waarin ze de titel verkregen, voor velen onder hen is dit tevens hun geboortejaar. De cursieve namen zijn de namen van personen die de titel via hun huwelijk verwerfden. 1.Albert II van België (1934) 2.Marie Christine van België (1951) 3.Marie Esmeralda van België (1956) 4.Paola Ruffo di Calabria (1959) 5.Filip van België (1960) 6.Astrid van België (1962) 7.Laurent van België (1963) 8.Amedeo van België (1991) 9.Maria Laura van België (1991) 10.Joachim van België (1991) 11.Lorenz van Oostenrijk-Este (1995) 12.Luisa Maria van België (1995) 13.Mathilde d’Udekem d’Acoz (1999) 14.Elisabeth van België (2001) 15.Claire Coombs (2003) 16.Laetitia Maria van België (2003) 17.Gabriël van België (2003) 18.Louise van België (2004) 19.Emmanuel van België (2005) 20.Nicolas van België (2005) 21.Aymeric van België (2005) 22.Eléonore van België (2008)) |
Hij is de zoon van aartshertog Robert - tweede zoon van keizer Karel I - en Margherita van Savoye-Aosta. Hij studeerde aan de universiteiten van Sankt Gallen en Innsbruck en behaalde een diploma in economische en sociale wetenschappen. Daar was hij lid van de monarchistische studentenvereniging K.Ö.L. Theresiana Inssbruck im K.Ö.L..
De aartshertog verleende permanent zijn hoge bescherming aan Europæ Thesauri, en is erevoorzitter van de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en Tuinen van België.
[bewerken] Stamboom
| Aartshertog van Oostenrijk-Este |
Laurent werd opgeleid aan de Koninklijke Militaire School (1983-1985) en behoort tot de 123e Promotie “Alle Wapens”. Hij is houder van de brevetten helikopterpiloot en duiker van de Marine. Bij de Zeemacht heeft hij de graad van Kapitein-ter-Zee.
Sinds 1994 is hij voorzitter van het Koninklijk Instituut voor het Duurzame Beheer van de Natuurlijke Rijkdommen en de Bevordering van Schone Technologie (KINT). Sinds 1995 is hij voorzitter van de Stichting Prins Laurent voor het welzijn van huisdieren en wilde dieren. Sinds 1996 is hij erevoorzitter van het Nationaal Orkest van België. Sinds 31 mei 2000 is hij senator van rechtswege.
De prins werkte zich vooral in beeld als een menselijke prins met veel zin voor humor maar ook vatbaar voor depressies. Ook staat hij bekend voor zijn liefde voor dieren en snelle auto’s.
In het najaar van 2002 verloofde prins Laurent zich met Claire Coombs, met wie hij op 12 april 2003 in het huwelijk is getreden.
Op 6 februari 2004 beviel zijn vrouw van prinses Louise. Op 13 december 2005 kwamen daar twee prinsjes bij, een tweeling die de voornamen Nicolas en Aymeric dragen. Bij de persconferentie sprak hij de woorden: "Wij hebben nog geen peter, maar ik heb wel een meter" waarop hij een lintmeter uit zijn jasje haalde.
Volgens de Wet van 7 mei 2000, Art. 3bis. heeft prins Laurent vanaf 1 juli 2001 recht op een jaarlijkse dotatie van € 272.682,88; ten laste van de openbare schatkist. Dit bedrag is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen van juni 2001. Deze gelden dienen om de prins tegemoet te komen voor de Koninklijke Stichting Prins Laurent voor het welzijn van huisdieren en wilde dieren[1], en als voorzitter van de Raad van Bestuur van het Koninklijk Instituut voor het Duurzame Beheer van de Natuurlijke Rijkdommen en de Bevordering van Schone Technologie (KINT).[2]
Daarnaast legt de prins regelmatig bezoeken af bij initiatieven en actuele gebeurtenissen. Zo was hij op de herdenkingsdienst van Joe Van Holsbeeck in Waver samen met zijn vrouw
Prins Laurent staat algemeen bekend als een liefhebber van snelle wagens. De prins werd al meermaals betrapt op overdreven snelheid. Zo moest hij in 1987 zijn rijbewijs een tijdje inleveren wegens het begaan van snelheidsovertredingen. Eveneens werd hij voor het VTM-programma Royalty gefilmd terwijl hij zonder gordel achter het stuur zat. Een tijdlang voelde Prins Laurent zich door deze uitzending geviseerd en uitte hij openlijk kritiek op VTM-journalisten.
Er ontstond in juli 2006 opschudding toen de media meldden dat prins Laurent twee foto’s van zijn pasgeboren tweeling voor 15.000 euro wilde verkopen aan een roddelblad. Dit bericht werd later ontkend. Toch werd de prins op zijn vingers getikt door premier Verhofstadt.
Eind december 2006 ontwikkelde zich het Marineschandaal; de prins zou via aannemers onrechtstreeks geld hebben ontvangen van de aankoopdienst van de zeemacht om zijn woonst, de Villa Clémentine, in te richten en zijn dierenkliniek te voorzien van uitrusting. De in 1993 gebouwde villa te Tervuren is eigendom van de Koninklijke Schenking, die de villa ter beschikking stelt. Prins Laurent werd als getuige opgeroepen in de rechtszaal. Op 9 januari 2007 verklaarde hij in de rechtszaal dat hij wist dat het geld dat werd gebruikt om zijn villa te renoveren afkomstig was van de marine, maar zag geen enkele reden om fraude te vermoeden
In april 2007 riep de prins een boycot van persfotografen en een cameraploeg over zich af. Bij een bezoek aan een Antwerpse dierenkliniek bepaalde hij dat alleen opnames van zijn vertrek mochten worden gemaakt. Daarop stapte de pers demonstratief op
| Prins van Belgie |
Op 12 april 2003 trad Coombs in het huwelijk met prins Laurent en op 6 februari 2004 beviel zij van haar eerste kind, prinses Louise. Op 13 december 2005 schonk zij het leven aan een tweeling; twee zonen die de namen Nicolas en Aymeric dragen.
Ze spreekt vlotter Frans en Engels dan Nederlands waarvoor ze al meermaals bekritiseerd werd in de Vlaamse pers. Mede daardoor ging Coombs stage lopen bij een Antwerps bedrijf.[1][2] Ze werkte tot in 2003 als landmeter als vennote in het landmetersbureau Brône, Oldenhove & Coombs en beoefende professioneel de geodesie.




























.jpg)








.jpg)

























































Volgens mij klopt iets niet ivm Anna t'Kint
BeantwoordenVerwijderen"64 Anna t’Kint, dochter van Jan t’Kint (zie 63) en Hendrica de Wolf. Anna is overleden vóór 1617. Anna trouwde met Olivierus De Meersman. Olivierus is overleden."
Olivierus is één van mijn verre voorouders, vandaar dat ik daar op uitkwam.
Ik heb een datum gevonden dat ze op 1 december 1643 overleden is.
Maar ik ben zeker dat ze nog leefde in 1628.
Dit omwille van volgende tekst
een pot wijn per jaar voor de kommuniekanten op Wittedonderdag bezet op l dw. land op de Hoevekouter ter waarde van 7 st. In 1564 werd deze rente betaald door Jan Uyttersprockt , in 1628 door Anna 't Kint, weduwe van Olivier de Meersman, nadien door Jan de Meersman (x Marie Gheerstman) en Andries de Meersman (x Joanna de Boeck)